14-04-09
Het Bezoek
Het weerzien is wat het vertrekken de moeite waard maakt.
Na weken aftellen was het zover!
We konden eindelijk vertrekken richting Paramaribo om de leefwereld van Eline en Ans te leren kennen.
Maandagavond 31 maart vertrokken we met Pieterjan richting Amsterdam om te overnachten en zeker onze vlucht ’s anderendaags niet te missen.
Aangekomen in Paramaribo, stond Chip, de persoonlijke engelbewaarder en chauffeur van de Surinamezussen ons op te wachten.
Alles was tot in de puntjes voorbereid, zelfs de verwelkomingsmuziek tijdens de rit naar de Concordialaan was geregeld.
Wat een weerzien! Twee bruingeblakerde miekes en Kwinten, de Nederlandse huisgenoot verwelkomden ons met een glas Borgoe cola, een compleet diner bij kaarslicht en een diashow van hun tot hiertoe beleefde ervaringen.
Na het installeren en uitpakken van bagage en de cadeautjes en overrompeld door zovele indrukken, kropen we met de vermoeidheid die eigen is aan een intercontinentale vlucht onder de klamboe.
De eerste dag mochten we zeker de ervaring van de Surinaamse busjes niet missen en als twee volleerde gidsen troonden Eline en Ans ons naar downtown Paramaribo.
Prachtige koloniale huizen staan godvergeten naast krotjes waarbij ons tuinhuisje riant lijkt.
Een stad vol tegenstellingen met een nooit geziene mix van rassen.
De lokale markt met zijn vreemde geuren, nooit geziene vruchten en groenten naast meer vertrouwde producten overladen ons met nog meer verbazing.
De vochtige hitte laat ons meteen begrijpen waarom Surinamers zich voortslepen i.p.v. normaal te stappen en al gauw nemen we noodgedwongen hetzelfde ritme aan.
We zitten echter in een tropisch klimaat en tegen de middag slaat de hitte om in fikse plensbuien.
Donderdag 2 april: de plensbuien van de vorige dag zijn veranderd in gestage regen, maar de warmte blijft.
We worden vergast op een rotie-maaltijd: een soort van pannenkoek met kousenband en kip gekruid met kurkuma, verpakt in een plastic zakje is de Surinaamse variant van ons frietkot.
Het smaakt heerlijk!
Hilde en de miekes slenteren door de Jeruzalem Bazaar en kopen meters en meters stof, terwijl ik al denk aan de hangmat die we zometeen gaan kopen.
De tijd vliegt en de dames worden al gauw verwacht in Broki voor hun salsa-les.
Het is heerlijk vertoeven aan de waterkant onder de tonen van salsa en merenguémuziek.
Vrijdag 3 april: het weer blijft eerder druilerig, maar White Beach is de ideale plek om onze hangmat uit te testen.
Het wordt dus een lui dagje “hangmatteren” met een lekker boek erbij dat met de regelmaat van een klok terzijde wordt gelegd voor het nodige dutje.
’s Avonds gaat het richting casino om ons geluk te beproeven bij het spelen van Black Jack…we vertrekken allemaal met wat winst.
Zaterdag 4 april: na de acclimatisatie van de voorbije dagen is het de hoogste tijd om het binnenland te verkennen.
Eline en Ans hebben een programma voor de komende vijf dagen en dit weekend staat Galibi op het programma.
Op dit eiland zullen we de reuzenschildpadden gaan spotten die aan land komen om hun eieren te leggen.
Met het busje rijden we richting Albina waar we de boot nemen naar Galibi.
Venski is onze ervaren gids met in zijn kielzog Rudi, de held van het eerste uur die ons met zijn machete moet behoeden tegen het betere slangenwerk en andere bedreigingen die ons pad kunnen kruisen en Thea, de kokkin van dienst die, dixit Venski, zorgt voor ons “inwendig mens”.
Het is droog weer, maar de boot richting Galibi is alom gekend om doorweekt op het eiland te arriveren…en ja, hoor, gezeten in het midden van de boot, scheppen we water bij bakken!
Het weer is ondertussen mooi geworden en we drogen snel op.
’s Avonds varen we terug een halfuur naar de kust en beleven een ongezien spektakel met nachtkijker en al om de schildpadden hun werk te zien doen. Adembenemend!
Bij de terugkeer in ons “kamp”, vergast Thea ons nog met een kom “zoute soep”.
We voelen een aangename fysische vermoeidheid en het duurt dan ook niet lang voor we in ons hutje ondanks een verzengende hitte een verkwikkende nacht tegemoet gaan.
’s Anderendaags staat er in de morgen een griet van een zon aan de hemel en na een deugddoend ontbijt bezoeken we de zoo van Galibi waar nieuwsgierige doodshoofdaapjes vanuit de bomen op de schouders van de bezoekers springen.
Een felgekleurde papegaai levert exotische plaatjes op om als screensaver te gebruiken.
Stoer poseert Pieterjan met een anaconda rond zijn nek, maar eens de staart van het beest gelost, neemt ze hem in een verontrustende wurggreep…Pieterjan blijft lachen, maar we zijn toch geruster op het moment dat de zoo-beheerder tussenkomt om de “knoop” rond zijn nek te ontwarren.
De terugkeer naar de bus nadert, evenals de dreigende onweerswolken…we komen in Albina aan na een boottocht van 45 minuten: drijfnat en het het is een lachwekkend schouwspel om iedereen de laatste droge kleren te zien uitzoeken om terug richting Paramaribo te karren.
Maandag, 6 april: na het Galibi-avontuur rekenen we ons bij de “trippers van het eerste uur”, want om 6u30 worden we aan het busje verwacht om aan een groots avontuur te beginnen.
We zullen de
De Afobakaweg is een bauxietweg en we zijn niet zeker meer of er nu links of rechts gereden wordt in Suriname…het busje hobbelt van links naar rechts om diepe putten, kloven en bulten te ontwijken. Een avontuurlijke trip en de
De lange rit zorgt ervoor dat we onze reisgenoten van het afgelopen weekend beter leren kennen en binnen de kortste keren is er een optimale verstandhouding met Joke en Jan, de Nederlandse ouders van Maaike die bij Eline stage loopt op de verloskamer.
Zoon René en nichtje Annick blijken echte “die hards” van het Nederlandse levenslied en er wordt intens plezier beleefd.
Ook Wim, een Belgische stagebegeleider en vriendin Anja passen in het plaatje en doen hun duit in het zakje om een ideaal reisgezelschap te vormen.
Het weer is schitterend, de zon staat loodrecht boven onze hoofden en het is een verademing om in de bootjes te stappen die ons naar Isadou brengen.
Na een adembenemende vaart van een halfuur, zetten we voet aan wal.
Zijn we dood? Het lijkt wel zo, want het is alsof we in de hemel zijn aangekomen!
De pracht van Isadou, de geluiden van het oerwoud en het kabbelende water maken de helse rit meer dan de moeite waard.
Na een verkwikkende douche, heeft Thea alweer een hemelse maaltijd klaar en we genieten van zoveel schoonheid, rust en aangenaam gezelschap tot het pikdonker is en terug in de boot stappen om kaaimannen te gaan spotten met een gewapende Rudi.
Het water staat echter hoog en er is slechts één enkele kaaiman die bij de hoge oever zit.
De boottocht verloopt in absolute stilte en onder de volle maan die het oerwoud en het rimpelende water spookachtig verlicht. Wat een leven!
Na een nacht waarbij ik opgeschrikt wordt door het oranje spook van Isadou ( Hilde die denkt dat het regent en met olielamp en oranje regencape naar het toilet wilt ) zetten we ons bezoek na het ontbijt verder aan Jaw Jaw waar we kennis maken met allerhande planten en vruchten en de lokale bevolkingsstam. De eenvoud en primitiviteit van het leven in deze gemeenschap, dwingen ons na te denken over ons jachtige Westerse leven met al zijn luxe en quasi-nepproblemen. Een levensles!
Het vertrek van Isadou valt ons zwaar, ondanks het feit dat we richting Stone Island een nieuw avontuur tegemoetgaan.
Dit was zo echt en zo puur dat we het langer willen laten duren.
Stone Island is de laatste etappe van deze trip.
We komen aan bij een meer waarin het heerlijk vertoeven is, ondanks de “verdronken dorpen” van ca. 5.000 Saramakaners.
De enige getuigen van hun verleden zijn de boomstammen die boven het water uitsteken en het meer zijn typisch gezicht geven.
Annick is morgen jarig en onze Nederlandse vrienden hebben vanavond wat in petto.
Ze maken ons deelgenoot van de verrassing en het wordt een mooie avond.
Na een extreem korte nacht is de ochtendkoffie meer dan welkom om daarna piranhas te gaan vissen.
Ondanks het feit dat er toch 4 exemplaren worden naar boven gehaald, is het vooral de kip die gretig van de haak wordt gegraaid door de vlijmscherpe tanden van deze veelvraten.
Onder een verzengende zon vertrekken we terug richting Paramaribo waar we met spijt afscheid nemen van onze Nederlandse reisgenoten, die we ondertussen vrienden noemen.
Halverwege bedanken we Venski, Rudi, Thea en onze vaardige chauffeur Ronald met een – hoe kan het ook anders – Nederlands levenslied, weliswaar met zelfgemaakte tekst.
Onze begeleiders stralen om zoveel dankbaarheid en appreciatie.
Donderdag 9 april wordt een “chill dagje” na zoveel activiteiten en na lekker uitslapen, gaan we naar het zwembad om wat te lezen en te luieren in de zon.
Eline en Ans krijgen hun zoveelste laag bruin waardoor ze steeds meer op de locals gaan lijken i.p.v. bakra te zijn.
Donderdag is ook salsadag en we genieten aan de waterkant met een drankje van de ondergaande zon.
Het Vat is de plaats voor ons avondeten, waarna we een kijkje gaan nemen in de Havanna Lounge. We genieten van de sensuele salsaparen en praten met René en Annick die er ook van de partij zijn.
Morgenvroeg vertrekt Ans naar Blanche Marie en we realiseren ons dat we van haar nu afscheid moeten nemen omdat de nieuwe morgen ook onze laatste volle dag in Suriname met zich meebrengt…
Vrijdag 10 april is Goede Vrijdag.
Een officiële feestdag in Suriname en afgezien van een enkeling met een ander geloof is alles dicht.
Heel toevallig zijn we getuige in de Stadskerk van een viering voor Goede Vrijdag: een afgeladen volle kerk met locals, allemaal in het wit gekleed die met een indrukwekkende samenhorigheid liederen zingen. Mooi spektakel!
Het wordt dus een sloom dagje met vooral genieten van elkaars’ gezelschap met de nakende terugkeer naar België in ons achterhoofd, lunchen in Zus en Zo en duimen dat Eline’s plan om te gaan eten in The Garden of Eden ( een prachtig Thais restaurant ) niet in het water valt vanwege de feestdag.
We hebben geluk, het restaurant is open en lost de verwachtingen volkomen in.
Het wordt een fijne avond met leuke gesprekken.
Zaterdagmorgen pakt Hilde met haar gekende efficiëntie de koffers en trekken we nog even de stad in voor een laatste souvenirjacht.
Terug naar de Concordialaan om een verfrissende douche te nemen en daar staat Chip om ons naar de luchthaven te brengen.
Uit de boxen galmt Koen Wouters: “Droog je tranen, ook al heb je veel verdriet…”
Nieje, nieje, nieje!
Allicht passende muziek voor de gelegenheid, maar meer dan wij en zeker het jonge koppeltje aankunnen op dit moment.
Het CD’tje wordt dan ook prompt vervangen door vrolijkere deuntjes.
Partir, ç’est mourir un peu, maar we hebben het bij het begin van ons bezoek ervaren: het weerzien maakt het vertrekken de moeite waard…
Bedankt Eline en Ans ( en Kwinten ) voor jullie gastvrijheid en om ons deelgenoot te maken van jullie Surinaams avontuur!
Bedankt Pieterjan dat je erbij was, je was een ideale reisgenoot!
23:16 Gepost door eline1 in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Email dit |
Facebook |




